maandag 25 april 2016

Schrijfonderwijs: de 'six and one traits' en meer


Schrijven, een complex proces
Voor onderwijs in het schrijven van teksten is momenteel veel belangstelling. Dat Nederlandse leerlingen er niet erg goed in zijn doordat ze op school weinig schrijven en nauwelijks gerichte schrijfinstructie krijgen, wisten we al een tijdje (Inspectie van het Onderwijs, 2012). Maar langzamerhand wordt steeds duidelijker dat schrijven ertoe doet. Het is een creatief proces dat behoort tot de hogere denkvaardigheden. Bovendien helpt het leerlingen -wanneer schrijven wordt gekoppeld aan (begrijpend) lezen- om actief te denken over teksten. Het afgelopen jaar hebben we vanuit onze leerkring gewerkt aan een hogeschool brede blended module schrijfvaardigheid met allerlei ICT-toepassingen. Alle Windesheim-studenten kunnen deze raadplegen bij het schrijven van teksten en docenten bij het begeleiden daarvan. Daarnaast is in de master SEN een nieuwe module Schrijven en spellen van start gegaan.

In de SEN-module hebben studenten in po, so, vo en mbo met hun teams gesprekken gevoerd over schrijfonderwijs. In de meeste gevallen bleken hun collega's in het po schrijfonderwijs met handschriftontwikkeling te associëren. Dat lijkt typisch Nederlands. Als je in Google de combinatie schrijven en onderwijs intypt, verschijnen er schriften met hulplijntjes. Als je in het Engels iets vergelijkbaars invoert, zie je door leerlingen geschreven teksten. In het vo en mbo wordt schrijven vooral geassocieerd met de methode Nederlands. Leerlingen oefenen via de methode de genres die vanuit de Referentieniveaus worden voorgeschreven. Ze zijn daar niet altijd voor gemotiveerd.
Uit de gesprekken werd duidelijk dat het schrijven van teksten geen dagelijkse bezigheid van leerlingen is. Dat is jammer, want schrijven is een complex proces dat veel oefening vergt.

Het vrij schrijven van teksten staat in het  Referentiekader alleen genoemd bij niveau 1F (basisonderwijs). Dat betekent niet dat het geen plaats zou moeten hebben in het onderwijs, van po tot mbo of hbo. Het was een eyeopener voor de SEN-studenten dat na het experimenteren met free writing opdrachten (enkele minuten schrijven zonder je pen van het papier te halen, als het niet meer lukt schrijf je blabla) en writing prompts (kleine schrijfopdrachten op internet, vaak op basis van afbeeldingen) zelfs de minst gemotiveerde leerlingen enthousiast werden. We zagen prachtige teksten van leerlingen op alle niveaus, in alle types onderwijs en met allerlei labels.

Wat werkt?
Omdat schrijven zo'n complex cognitief proces is, is het ingewikkeld te achterhalen welke didactieken effectief zijn. Koster, Trubushininin, De Jong en Van den Bergh (2015) geven in een recente review niet alleen een mooi overzicht van de ontwikkelingen binnen het Nederlandse schrijfonderwijs, maar ze beschrijven op basis van 32 studies in groep 6 tot en met 8 ook een aantal effectieve aanpakken. Het blijkt daarbij vooral te gaan om het stellen van duidelijke schrijfdoelen (2,03), het geven van expliciete instructie per schrijffase (0,96), het aanleren van genrekenmerken (0,76), samenwerken tussen leerlingen (0,59) en het geven van feedback (0,88). Hun bevindingen komen overeen met die in andere reviews (Graham & Perin, 2007; Graham et. al, 2012).  

Schrijfstappen
Welke implicaties hebben deze resultaten voor de onderwijspraktijk? De volgende stappen moeten in een goede schrijfles in ieder geval niet ontbreken.

- Bepaal de schrijffases waarmee wordt gewerkt. Meestal zijn dat: schrijfstart (het verzamelen van informatie en het plannen van een tekst) kladversie (het schrijven van een eerste versie), reviseren (het net zo lang veranderen van een tekst tot die aan de verwachtingen voldoet), proeflezen (het controleren van de tekst op spelling, interpunctie en andere conventies) en het publiceren van de uiteindelijke versie van de tekst. 

-Bepaal het tekstgenre. Een overzicht van de tekstgenres die in het onderwijs centraal moeten staan, is te vinden in het Referentiekader taal en rekenen. Daar worden verschillende voorbeelden genoemd van teksten die behoren tot correspondentie, formulieren invullen, berichten schrijven, advertenties opstellen, het maken van aantekeningen, verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen en vrij schrijven. Om te voorkomen dat schrijfonderwijs verwordt tot 'teaching to the test', zou vrij schrijven altijd tot het schrijfonderwijs moeten behoren. In goed schrijfonderwijs wordt dagelijks geschreven al is het maar een paar minuten.

-Bepaal het schrijfleerdoel, en daarvan afgeleid, criteria waar de tekst aan moet voldoen. Het kan zijn dat in een les de structuur van de tekst centraal staat, het correct schrijven van alinea's of het schrijven van dialogen of andere tekstgenres. The Six and one traits of writing zoals beschreven door  Ruth Culham (2003) kunnen daarbij ter inspiratie gebruikt worden (zie ook deze film). Culham beschrijft het onderscheid tussen de ideeën, structuur, de manier waarop in de tekst de persoonlijke stem van de schrijver klinkt, woordkeuze, zinsvloeiendheid en helemaal aan het eind conventies zoals spelling of interpunctie.

-Bepaal het onderwerp van de te schrijven tekst. Omdat schrijven begrijpend lezen ondersteunt en andersom werkt het goed wanneer schrijven aansluit bij thema's waar toch al aan gewerkt wordt:  wereldoriëntatie, kunst of  actualiteiten. Voor vrije schrijfopdrachten kunnen de hiervoor al genoemde writing prompts en free writing opdrachten worden gebruikt. 

-Geef instructie bij de verschillende schrijffases. Bij de schrijfstart moeten leerlingen informatie krijgen over het tekstgenre en over manieren waarop ideeën kunnen worden verzameld en geordend. Sommige leerlingen vinden het fijn om bijvoorbeeld met een mindmap of een moodboard te werken. Andere ordenen het liefst al schrijvend. Ook kan het helpen wanneer er voorbeeldteksten voorhanden zijn. Bij het schrijven van een kladversie kan voor minder schrijfvaardige leerlingen handig zijn om ideeën eerst in te spreken, waarna de ingesproken tekst wordt omgezet in geschreven tekst. Dat kan gemakkelijk met de apps Voice Dictation of Dragon Dictation. Ook kunnen schrijfkaders leerlingen houvast geven. Bij het reviseren van teksten is het handig wanneer leerlingen hun tekst aan zichzelf voorlezen of wanneer hun peer hun teksten leest. Ook kunnen ze voorgelezen worden door de computer via gratis programma's als D-speech, Balabolka of Wordtalk. In de fases van het proeflezen en publicatie worden teksten gecontroleerd op spelling, interpunctie en grammaticale fouten en wordt gezorgd voor een goede lay out. 

Publiceren kan op verschillende manieren: in de schoolkrant, in een blog, mooi vormgegeven aan de muur of in een 'writer's notebook', een persoonlijk schrift (of een digitale voorziening) waarin leerlingen teksten kunnen schrijven (typen) of geprinte teksten kunnen plakken. 

-Denk erover na op welke momenten tijdens het schrijven leerlingen samen kunnen werken. In de fase van de schrijfstart kunnen ze elkaar helpen ideeën te genereren. Tijdens de fases van het reviseren en proeflezen kunnen ze elkaars teksten lezen. Ze kunnen ook samenwerken aan een document, bijvoorbeeld via google docs of google classroom.


-Uit onderzoek onder de docenten van Windesheim naar het begeleiden van het schrijven van studenten blijkt dat zij vaak feedback geven op spelling en veel minder op de ideeën die aan de tekst ten grondslag liggen. Feedback geven is erg belangrijk in het schrijfonderwijs. De leraar kan de leerlingen feedback geven en de leerlingen kunnen elkaar van feedback voorzien. Ook nu zijn de Six and one traits of writing heel bruikbaar. Hiernaast is de feedbacktrechter afgebeeld. Duidelijk wordt dat feedback eerst gericht moet zijn op de ideeën in de tekst, de structuur van de tekst en de manier waarop de schrijver een persoonlijke stijl heeft ontwikkeld. Pas in de laatste plaats zou aandacht moeten zijn voor spelling en interpunctie.