Windesheim

Windesheim
Posts tonen met het label HBO. Alle posts tonen
Posts tonen met het label HBO. Alle posts tonen

vrijdag 2 december 2016

Onderwijs in de 21ste eeuw

21st century
Over ‘21st century skills’ en het onderwijs van de toekomst worden lijvige rapporten geschreven (SLO,2014; Ons Onderwijs 2032, 2016). Deze rapporten roepen veel discussie op over de vraag om welke vaardigheden het nu precies gaat en of die vaardigheden echt wel zo 21st century zijn. Tenslotte hield Plato zich in de vijfde eeuw voor Christus ook al bezig met kritisch denken (Bloemink, 2015). En is het gedachtengoed van Dewey (1897) niet verrassend actueel? Goedwillende schoolteams nodigen even goedwillende experts uit die angstaanjagende filmpjes laten zien over hoe snel de technologie zich ontwikkelt en dat we leerlingen moeten voorbereiden op niet bestaande beroepen. Deze filmpjes laten ons achter met het gevoel dat we in het onderwijs hopeloos achterlopen, dat we in een keihard rijdende trein zitten die niet meer bijgestuurd kan worden, dat we ‘iets’ moeten doen, terwijl we geen idee hebben wat precies. Tegelijk lijken we vergeten te zijn dat de  21ste eeuw al lang is begonnen, en dat we lopend, fietsend of kruipend desnoods, al een hele tijd op weg zijn. 

Er gebeurt al van alles
Om te begrijpen hoe we naar het ‘onderwijs van de toekomst’ kunnen kijken, is het misschien goed om een uitstapje maken naar de wereld buiten het onderwijs. Hoe geeft de huidige generatie jongeren de samenleving van de 21ste eeuw  vorm? Niet met grote woorden, maar in het klein. Door een ambachtelijke bierbrouwerij te beginnen of biologische hamburgers te  bakken. Door tiny houses te bouwen, tassen te  ontwerpen met een 3d-printer, nieuwe technologie te bedenken voor watervoorziening in droge gebieden of een dansproject op te zetten voor kansarme jongeren. Door in een oude school een kunstenaarscollectief te starten. Door te onderzoeken, te mislukken en weer opnieuw te beginnen. Op die manier krijgt de bedreigende ‘toekomstige samenleving’ onverwacht kleur. En deze initiatieven staan niet op zichzelf; erdoorheen schemeren grote woorden: duurzaamheid, verbinding, creativiteit en ambachtelijkheid.

Hoe kleine initiatieven samen een ontwikkeling vormen
Ook als we op onze eigen hogescholen om ons heen kijken, zien we dat er dingen gebeuren in de zelfde creatieve geest die heerst in de ambachtelijke bierbrouwerijen en de waterprojecten. Collega lerarenopleiders experimenteren in hun lessen met het schrijven van blogs over literaire ervaringen door studenten of met het inzetten van zelf ontwikkelde games om hun studenten te helpen ontoegankelijke teksten, zoals Beowulf of de Camera Obscura beter te begrijpen. Ze bespreken in hun colleges vlogs waarin studenten poëzie analyseren met behulp van beelden en muziek. Of ze experimenteren met (digitale) leeromgevingen waarin wordt aangesloten bij de mogelijkheden en wensen van studenten.  

In het po, vo en mbo wordt eveneens geëxperimenteerd. Mbo-docenten bouwen met laaggeletterde studenten een leesroutine op en onderzoeken of  luisterboeken of e-readers daarbij helpen. Ze zetten voorleessoftware en tekst naar spraak in om hun studenten te ondersteunen bij het lezen en schrijven. Mbo-studenten maken samen met hbo-studenten een eigen boek met levensverhalen dat dient als leesmateriaal en als uitgangspunt voor gesprekken over diversiteit en leren samenleven. Basisschoolleerlingen bezoeken het rijksmuseum. Dat bezoek wordt gefilmd en met behulp van de film bespreken ze wat ze hebben geleerd en hoe ze hun leerervaringen kunnen gebruiken bij het schrijven van een tekst. Of ze bekijken filmfragmenten en lezen over Napoleon. Nadat ze voorbeeldteksten over historische personages hebben bestudeerd, komen ze tot mooie eigen teksten die echt worden gepubliceerd. Creatieve probleemoplossing en het publiceren van leren met behulp van ICT worden in het onderwijs steeds belangrijker.

Die verschillende initiatieven staan niet op zich. We praten er met elkaar over bij de koffieautomaten op de lerarenopleidingen van Hogeschool Windesheim, op conferenties en in de lectoraten Onderwijsinnovatie en ICT en Pedagogische kwaliteit van het onderwijs. Tijdens schoolbezoeken in Nederland en het buitenland ontdekken we hoe ICT kan worden ingezet om betekenisvolle opdrachten te ontwerpen, om te zorgen voor scaffolds, om leerresultaten en leerprocessen zichtbaar te maken en daarover na te denken, om een connectie te leggen tussen werelden van thuis en op school (zie de website van basisschool Osmope in Porto). Geleidelijk wordt ons duidelijk hoe goed en innovatief onderwijs eruit kan zien en dat ook aan de basis van al die kleine onderwijsinitiatieven grote leerconcepten liggen: duurzaamheid, transfer en rijke verbindingen (zie onze vorige blog over leren).  

Onderwijs voor de toekomst
In beleidsteksten over het onderwijs van de toekomst, wordt meestal gebruik gemaakt van abstracte kernbegrippen: kritisch en creatief denken, probleem oplossen, computational thinking, informatievaardigheden, ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, communiceren, samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, zelfregulering (SLO) of collaboration, communication, critical thinking, creativity, citizenship, character (NPDL). Allemaal  belangrijke vaardigheden, maar het valt steeds opnieuw op dat inhoud ontbreekt. Hoeveel je ook communiceert, samenwerkt, kritisch of creatief denkt, wanneer er geen focus en geen kennis is (over tiny houses of over de kunst in het rijksmuseum), dan hebben die begrippen geen betekenis. 

(Taal)onderwijs voor de toekomst
Met het oog op bovenstaande ontwikkelingen is het niet moeilijk het onderwijs van de toekomst voor ons te zien: dat kan niet anders zijn dan onderwijs waarin veel ruimte is voor frequent en multimediaal lezen en schrijven, waarin gebruik wordt gemaakt van brede thema’s met rijke bronnen waarover leerlingen actief nadenken, praten en produceren. Leerlingen die dat nodig hebben verwerken dezelfde rijke bronnen met behulp van scaffolds van de leerkracht. Dat onderwijs vinden we niet terug in het eindadvies Ons onderwijs 2032 (zie voor een kritische blik Zondag met Lubach 7 februari 2016). Daar wordt gesproken van functionele taalvaardigheid:‘leerlingen worden zich bewust van het doel en het publiek van hun boodschap en weten welk communicatiemiddel en welke toonzetting daarbij horen.’ Een formulering die niet zou misstaan in een beschrijving van het onderwijs van de 20ste eeuw. De grootste uitdaging van 21ste eeuws onderwijs is niet dat we vaardigheden beschrijven en toepassen, maar dat we moeten leren om anders te kijken. De volgende vragen kunnen daarbij helpen:

-Leidt ons onderwijs tot duurzame leerprocessen?
-Is ons onderwijs betekenisvol voor alle leerlingen?
-Worden leerlingen voldoende uitgedaagd en inhoudelijk voldoende ondersteund?
-Kunnen leerlingen dat wat ze leren ook toepassen in andere situaties en op andere plekken (transfer)?
-Worden rijke verbindingen gelegd door rijke teksten te lezen en te schrijven?
-Hoe wordt aangestuurd op kritisch en creatief gebruik van multimedia?
-En de belangrijkste vraag: worden leerlingen echt gestimuleerd tot denken?

Als we deze vragen als uitgangspunt nemen, hoeven we discussies over wel of geen methode of wel of geen vakintegratie niet meer te voeren. We komen dan dicht in de buurt van het Finse model waarin afzonderlijke vakken steeds minder belangrijk worden. Thematisch geïntegreerd onderwijs met rijke bronnen waarover gezamenlijk nagedacht en gepubliceerd wordt, lijkt volkomen passend na een eeuw waarin we de rijkdom van het onderwijs uit handen hebben moeten geven aan steeds verder verarmde methodes, eenzijdig opbrengstgericht werken en teaching to the test. En dan komt het misschien toch nog goed met de 21st century skills.

I believe that there is, therefore, no succession of studies in the ideal school curriculum. If education is life, all life has, from the outset, a scientific aspect; an aspect of art and culture and an aspect of communication. It cannot, therefore, be true that the proper studies for one grade are mere reading and writing, and that at a later grade, reading, or literature, or science, may be introduced. The progress is not in the succession of studies but in the development of new attitudes towards, and new interests in, experience.’ Dewey (1897). 

'Somewhere along the way our schools have lost this civic mission. They have largely become factories for producing workers and test-takers. ..................  Rather than being strictly economy-centered and work-centered, our classrooms and curriculums should be life-centered, student-centered, democracy-centered, community-centered, and world-centered. This is how we truly engage students in learning and intellectual curiosity and arouse them to work to make the world a better place.' Wolk (2013)


dinsdag 29 januari 2013

Geletterdheid in het hbo

Een workshop geletterdheid in het hbo
Op 22 januari hebben we binnen de afdeling Educatie van de Hogeschool Windesheim nagedacht over opleidingsdidactiek. Vanuit onze leerkring hebben we een bijdrage verzorgd over geletterdheid in het hbo. Uitgangspunt waren de publicaties van Brost & Bradley (2006) en Starcher & Proffitt (2011).  We hebben de geletterdheid van hbo-studenten bekeken vanuit het perspectief van de student zelf: ''Ik lees de literatuur die een docent voor een college opgeeft niet, want in het college wordt alles toch nog eens herkauwd'' of ''Ik lees niet, want de literatuur is veel te moeilijk'' of ''De literatuur heeft niets met de praktijk te maken.'' We bekeken het perspectief van de opvattingen van de docent over de student: ''Ik herhaal de leerstof in het college, want studenten lezen toch niet'' en ''Ik ga geen discussievormen aan de hand van literatuur in mijn college integreren, want dat heeft geen zin als studenten niet lezen''. Ook spraken we over de manier van omgaan met literatuur van de docent (zoals we die wel eens in de wandelgangen opvangen): ''De literatuur die ik opgeef is al jaren dezelfde. Het is soms ook al lang geleden dat ik de teksten zelf heb gelezen'' of ''Eerlijk gezegd weet ik zelf niet precies hoeveel studenten moeten lezen voor mijn college. Dat staat op blackboard''. Ook hoorden we: ''In mijn college vertel ik mijn verhaal. Dat is natuurlijk gebaseerd op literatuur, maar zelf leg ik het verband niet. Dat moeten mijn studenten maar doen'' en ''ik heb geen tijd om literatuur te zoeken''.

Het onderwerp in de literatuur 
Het waren geen nieuwe geluiden. Bij Brost & Bradley en Starcher & Proffitt lezen we hetzelfde. Een grote meerderheid van de studenten leest doorgaans de opgegeven literatuur niet. Docenten vinden het belangrijk dat studenten lezen, omdat ze zo leren nadenken over hun vak en met verschillende perspectieven in aanraking komen. Studenten lezen niet, omdat ze soms een te laag leesniveau hebben om de stof te begrijpen en omdat ze keer op keer ervaren dat ze het ook redden zonder de opgegeven literatuur. In beide artikelen wordt heel duidelijk dat de motivatie voor het lezen van literatuur van studenten sterk samengaat met het enthousiasme en het modelgedrag van leraren.

Onze ervaringen
Al sprekend komen we er als docenten achter dat het lezen van literatuur en het onderbouwen van teksten in het hbo steeds belangrijker is geworden. In portfolio's en afstudeerwerk hebben we beoordelingskaders waarin staat dat studenten wetenschappelijke teksten moeten hebben bestudeerd. We checken of ze in hun teksten verwijzen naar die publicaties. Maar of ze ze ook daadwerkelijk lezen, weten we niet. Of ze ze kunnen lezen, ook niet. Er is in onze opleidingen wel aandacht voor het schrijven van teksten en ook voor het zoeken van publicaties (in het kader van de leerlijn onderzoek). Maar er is geen duidelijke opbouw in de moeilijkheidsgraad van de teksten die studenten moeten lezen en in de mate van ondersteuning die ze daarbij van ons krijgen. Ook is het onderscheid tussen bachelor- en masterniveau niet helder. Overigens gaat het niet alleen om het lezen van vakpublicaties. Een groot aantal studenten leest ook nauwelijks fictie, terwijl -bijvoorbeeld van talenstudenten en studenten aan de pabo- verwacht wordt dat ze hun leerlingen enthousiast kunnen maken voor het lezen van boeken.

Good practices 
Als we gaan inventariseren wat good practices zijn, blijkt iedere docent eigen oplossingen te hebben gevonden voor het omgaan met literatuur. Een van ons gebruikt leeswijzers voor het lezen van wetenschappelijke teksten die studenten helpen het achterhalen van de betekenis wat meer te structureren. Zo kunnen ze bepalen wat de vragen zijn die in een artikel worden gesteld of welke onderzoeksmethodiek is gebruikt. Een andere collega organiseert mondelinge toetsen waarbij studenten hun opvattingen met behulp van de literatuur die ze hebben meegenomen, moeten onderbouwen. Ook worden er discussies georganiseerd: argumenten noemen voor en tegen de opvattingen in een artikel; beredeneren waarom een artikel goed of slecht is. Het komt voor dat studenten gevraagd wordt een bepaalde periode alles over onderwijs te verzamelen wat in de media wordt gepubliceerd. Vervolgens wordt geprobeerd daar richting in aan te brengen. Collega Heleen Vellekoop heeft kaartjes ontwikkeld met in de lerarenopleiding veel gebruikte theoretische concepten, zoals de leerstijlen van Kolb (zie foto). Zij gebruikt die om in gesprekken met studenten het gebruik van literatuur tastbaar te maken en diepgang en richting te geven. Ook geeft ze de kaartjes aan de schoolopleiders waar ze mee werkt. 
Om studenten enthousiast te maken voor literatuur houden sommige docenten een eigen blog bij of ze twitteren over hun vak. Een van ons heeft een facebook-pagina speciaal voor hun studenten, waarin ze hen op de hoogte houdt van de nieuwste ontwikkelingen en literatuur. Digitale geletterdheid is steeds belangrijker geworden voor tekstbegrip. De blog van Jeroen Clemens is in dat opzicht interessant. 
Voor het lezen van fictie zijn op verschillende opleidingen verplichte leeslijsten en wordt gebruik gemaakt van mogelijkheden om de gelezen boeken digitaal te inventariseren en daarover te communiceren, zoals liberarything of goodreads

Lezen en academische geletterdheid
Onder de aanwezige collega's gaan stemmen op om het taalbeleid op de lerarenopleidingen eens onder de loep te nemen en na te denken over hoe we het lezen/academische geletterdheid een duidelijker plaats kunnen geven. We spreken af daar verder over na te denken.