Windesheim

Windesheim

donderdag 6 oktober 2022

Voorlezen als basis voor leesbegrip

Voorlezen, basis voor begrip

Tijdens lezingen praten we vaak over voorlezen of vrij lezen. Regelmatig zeggen leraren nadat ze onze lezing hebben beluisterd: 'wij doen dat eigenlijk allemaal al, wij lezen al iedere dag voor'. En op veel scholen is dat ook zo. Toch zou je je moeten blijven afvragen of dat wat je doet op school werkelijk kwaliteit heeft. Deze blog gaat over voorlezen met kwaliteit.


Als je op de site van Stichting Lezen 'voorlezen' intypt, verschijnen er heel wat hits. We weten natuurlijk al decennia dat voorlezen belangrijk is. Het gros van die hits gaat over het voorlezen aan jonge kinderen. Als ouders thuis dagelijks voorlezen, heeft dat een enorme impact op de taalontwikkeling, maar ook op de sociaal-emotionele ontwikkeling, de verbeelding of zelfs de rekenontwikkeling van hun kinderen. Als leraren op school jonge kinderen dagelijks en herhaald voorlezen, geldt datzelfde. Zo kunnen ze voor taalzwakke leerlingen het geringe taalaanbod van thuis compenseren. Over het voorlezen aan oudere leerlingen is veel minder te vinden. Hoewel we weten dat voorlezen effectief blijft, ook als kinderen ouder worden, zien we dat het dan afneemt, (Monitor Bibliotheek op School, 2019). Dagelijks voorlezen is van belang in alle basisschool-groepen en zelfs in het voortgezet onderwijs!


In onze handleiding Focus op Begrip (aanpak begrijpend lezen) vragen we op een nieuwe manier aandacht voor voorlezen. We zien het voorlezen van hele boeken als een volwaardig onderdeel van een aanpak voor leesbegrip. Dat is goed nieuws, want voorlezen is relatief eenvoudig en het is fijn om te weten dat je een grote stap kunt zetten in het vernieuwen van je onderwijs in leesbegrip door te gaan voorlezen.


Waarom is voorlezen zo belangrijk voor begrip? Voorlezen brengt kinderen in contact met rijke taal en kennis. Hoe groter je taal- en kennisbasis, hoe rijker de mentale modellen die je ontwikkelt en hoe gemakkelijker je teksten zult kunnen begrijpen (Kintsch, 1988, 1998; McCarthy & McNamara, 2021; Alexander et al., 1994; Hwang, 2019). Die taal- en kennisbasis vergroot je door rijke boeken voor te lezen. Dat moeten er minstens twee zijn over hetzelfde thema als je werkelijk de taal- en leesontwikkeling wilt bevorderen. Als je die beide boeken laat aansluiten op je wereldoriëntatie-thema zorg je voor nog meer taal- en leesontwikkeling. Door te luisteren naar verhalende boeken die ze zelf nog niet kunnen lezen, bied je leerlingen veel rijkere taal dan ze normaliter tegen zullen komen op school. Als je twee boeken bij een thema voorleest, creëer je een gemeenschappelijke basis voor taalontwikkeling en begripsontwikkeling voor dat thema. Daarnaast is het zo dat leerlingen door voorlezen hun concentratie en uithoudingsvermogen trainen zodat ze gemakkelijker langere teksten kunnen lezen (Newkirk, 2012, Onderwijsraad en Raad voor Cultuur, 2019).


Voorwaarden

Als je voorlezen wilt inzetten als basis voor leesbegrip, moet dat wel aan een aantal voorwaarden voldoen:


1. Lees iedere dag minimaal 20 minuten voor, liefst 30 minuten. Zo ontstaat een voorleesroutine.


2. Lees 'gewoon' voor. Dat wil zeggen dat je leerlingen meeneemt in het verhaal en dat je het voorlezen niet onderbreekt door aandacht te vragen voor het uiterlijk van het boek, de auteur of allerlei details. Leg geen losse woorden uit, alleen als je er echt niet omheen kunt vanwege tekenen van massaal onbegrip in de klas. Als je afbeeldingen wilt laten zien, beeld ze dan af op het digibord, maar loop niet rond met het boek. Ook speel je geen toneel tijdens het voorlezen. Je zorgt ervoor dat leerlingen het verhaal met aandacht kunnen volgen.


3. Kies een voorleesboek zorgvuldig. Het gaat om boeken met rijke taal die leerlingen zelf niet zo snel kiezen, gewoon omdat ze sneller vallen voor een serieboek of een bekende auteur. Lees een boek altijd eerst zelf voor je beslist of het een goed voorleesboek kan zijn. Je hoeft het niet van kaft tot kaft te lezen, maar je moet wel zeker weten dat het past bij je klas en dat het fijn voorleest. Op leesbevordering in de klas.nl vind je ieder jaar een lijst met topboeken voor in de klas waar veel fijne voorleesboeken tussen staan.


4. Kies het moment van voorlezen zorgvuldig. Prima om tijdens het fruit eten of tijdens de lunch voor te lezen als je samen met je leerlingen helemaal in een boek zit, maar dat is extra. Je loopt immers het risico dat de helft van de leerlingen met iets anders bezig is. Het echte voorlezen is altijd ingeroosterd. Het is een volwaardige lesactiviteit.


5. Wil je echt impact hebben op leesbegrip, verdiep dan je wereldoriëntatiethema's met voorleesboeken. Probeer twee hele boeken voor te lezen per themaperiode (van 6-8 weken) (Block et al, 2009; Merga & Ledger, 2018; Westbrook et al., 2019)). Op leesbevorderingindeklas.nl vind je boeken geordend op thema.


6. Het denken over boeken verrijkt de taalontwikkeling. Ga met de klas in gesprek over het boek aan de hand van een eenvoudige rijke vraag. Kies één vraag per keer, niet meer. Niet de vraag zelf is belangrijk, maar de mogelijkheden die zo'n vraag biedt voor een gesprek. Als je leerlingen vraagt: 'wat vond je mooi in het gedeelte dat ik heb voorgelezen' en je vraagt door, kan er een grote rijkdom aan antwoorden komen. Andere vragen: heb je iets nieuws geleerd? Zou jij dezelfde keuzes maken als ..... (een personage)? Zou jij bevriend kunnen zijn met .... (een personage)?


7. Observeer je klas tijdens het voorlezen. Pas dan kun je zien of wat je doet kwaliteit heeft. Zonder kwaliteit geen taalontwikkeling. Ga in de klassen kijken tijdens het voorlezen en gebruik een observatielijst (zie het eind van deze blog).


8. Leerlingen onthouden nog meer woorden als ze die kunnen uitspreken. Beeld daarom af een toe een pagina uit het voorleesboek af op het digibord en lees die samen met de leerlingen hardop (bijvoorbeeld in koor) of deel kopieën uit die je leerlingen in duo's hardop laat lezen (Westbrook et al., 2018).


En als het niet lukt?

Soms zijn klassen minder gemotiveerd voor voorlezen of individuele leerlingen kunnen zich niet concentreren, misschien omdat ze het verhaal niet begrijpen, bijvoorbeeld omdat ze anderstalig zijn. Wat doe je dan?


ondersteuning bij weinig motivatie en concentratie

-Kies samen met de leerlingen een voorleesboek. Zorg dat je een paar mogelijke voorleesboeken hebt, bespreek de inhoud met de leerlingen en laat ze een keuze maken. Als er geen concensus is, ga dan voor de keuze van de minst gemotiveerde leerlingen.

-Bespreek samen wat leerlingen helpt om zich te concentreren tijdens het voorlezen. Vinden ze het fijn om te tekenen? Welke afspraken gelden dan? Kiezen ze voor een bepaald tijdstip? Vinden ze het prettig om de voorleestijd op te bouwen, van tien naar vijftien naar twintig minuten?

-Kies een spannend boek of een boek dat echt gebeurd is dat leerlingen wel moet boeien.

-Start met voorlezen in het eerste boek van een serie zodat leerlingen nieuwsgierig worden naar hoe het verder gaat.

-Laat eventuele illustraties zien op het digibord. Loop niet rond met het boek, dat leidt erg af.

-Als er erg weinig aandacht is, probeer dan eens of het helpt wanneer iedere leerling een eigen exemplaar van het voorleesboek heeft en wissel het voorlezen af met het zelf stillezen of het in tweetallen hardop lezen van een pagina.

-Lees bij weinig aandacht voor in kleine groepen.


scaffolding bij weinig begrip

-Als leerlingen moeilijk tot begrip komen, kies dan in eerste instantie voor boeken waarin veel handelingen/avonturen plaatsvinden en waarin minder aandacht is voor bespiegelingen of natuurbeschrijvingen. Serieboeken kunnen helpen bij begrip omdat de context en de personages steeds terugkomen. Bij leerlingen die nog heel weinig Nederlands kennen, kun je helemaal in het begin kiezen voor het herhaald voorlezen van prentenboeken, maar zorg wel voor rijke tekst en 'leeftijdsloze' verhalen die ook interessant kunnen zijn voor oudere leerlingen, bijvoorbeeld de Kikker-boeken van Max Velthuijs. Op leesbevorderingindeklas.nl vind je prentenboeken voor oudere leerlingen (die soms geschikt kunnen zijn). Gewoon even 'prentenboeken' intypen.

-Vertel vóór het voorlezen de strekking van het boek zonder de clou te verraden. Introduceer de personages. Laat illustraties met de personages zien op het digibord of als er een film is, de personages uit de film. Laat ook met behulp van illustraties zien waar het verhaal zich afspeelt. Kom niet in de verleiding om losse woorden uit te leggen. Doe dat alleen als het echt niet anders kan.

-Vat voorafgaand aan een voorleessessie de gebeurtenissen van de vorige dag kort samen en vertel in een paar zinnen wat de leerlingen deze keer kunnen verwachten.

-Tijdens het voorlezen kunnen illustraties worden getoond op het digibord.

-Zorg dat er een luisterboek beschikbaar is, zodat voorgelezen fragmenten na afloop of voorafgaand aan een voorleessessie kunnen beluisteren. Als leerlingen graag hetzelfde boek tijdens het stillezen willen beluisteren en zich vervolgens nog steeds kunnen concentreren tijdens het voorlezen, is daar niets op tegen. Herhaling zorgt voor taalontwikkeling.

-Bekijk samen met de leerlingen de film bij het boek. Voorafgaand aan het lezen kun je stukjes uit de film bekijken die passen bij het fragment dat je voorleest. Na het lezen van het boek kun je de hele film bekijken. Dat kun je beter niet van tevoren doen, want de gebeurtenissen in de film zijn soms anders dan in het boek. Het kan voor verwarring zorgen als je de film voorafgaand aan het boek bekijkt.

-Zorg ervoor dat leerlingen tijdens een gesprek over het voorgelezen fragment mogen overleggen in hun moedertaal.


masterclasses voorlezen

Alleen als voorlezen kwaliteit heeft, draagt het bij aan begrip. In deze gloednieuwe masterclasses voorlezen (van dpgmedia) wordt toegelicht hoe je voorleeskwaliteit kunt bereiken en, waar nodig, vergroten.


Als je de voorleeskwaliteit bij jou op school wilt bekijken, gebruik dan deze observatielijst. Voor het onderdeel scaffolding geldt dat dat alleen van toepassing is in groepen met taalzwakke of anderstalige leerlingen en dat niet alle punten aan bod hoeven komen. Het is niet bedoeld als afvinklijstje.


Wil je met ons meedenken over goed taal- en leesonderwijs, volg onze Master Expert taal/dyslexie of Expert nieuwkomers en culturele diversiteit. Je kunt ook kiezen voor losse modules (bijvoorbeeld decoderen/vloeiend lezen, leesbegrip, schrijven).










donderdag 9 juni 2022

Website Rijke Taal

Blog en boek

In 2012 zijn we met onze blog Geletterdheid en schoolsucces begonnen en in 2021 is ons boek Rijke Taal voor het basisonderwijs verschenen. (Er komt binnenkort een versie voor vso, praktijkonderwijs, vmbo en mbo). We zijn blij om te merken dat zowel onze blog als ons boek in een behoefte voorzien en niet alleen veel gelezen worden in lerarenopleidingen, maar ook in de onderwijspraktijk zelf. Omdat we regelmatig vragen krijgen over de methodieken die in de blog en het boek genoemd worden (en omdat we die soms ook verder ontwikkelen), leek het ons een goed idee om al onze praktijkaanpakken, bij elkaar te brengen op een website. Dat is de site rijketaal.org geworden die we samen met onze Windesheim-collega Marianne Lok hebben gemaakt. 

Handleiding FOCUS op begrip

Eén van de aanleidingen voor het maken van de website is dat we samen met een aantal leraren een handleiding voor onze aanpak voor leesbegrip, FOCUS op begrip, hebben ontwikkeld. We hebben in eerdere blogs al geschreven over de ontwikkeling van FOCUS en we zijn inmiddels zover dat we een complete handleiding kunnen presenteren. FOCUS is een methodiek waarin voorlezen over wereldoriëntatiethema's en vrije keuze lezen centraal staan, aangevuld met het verrijken van wereldoriëntatie door met langer durende thema's en met tekstsets te werken. Bij de handleiding horen posters die gebruikt kunnen worden om FOCUS op school te implementeren. Zowel de handleiding als de posters kunnen op de nieuwe website gedownload worden.

Methodieken

Zoals gezegd hebben we in de afgelopen jaren een aantal lees- en spellingmethodieken voor de onderwijspraktijk ontwikkeld (of maakten we deel uit van een ontwikkelteam) die iedereen in het onderwijs kan gebruiken. Dat zijn behalve FOCUS, RALFI, LIST, Connect, Spellet en een aantal aanpakken voor het mbo (Vrije keuzelezen en Burgerschap-Nederlands-Lezen). We krijgen daar vaak vragen over en het lijkt ons handig de beschikbare informatie samen te brengen op één punt. Ook daaarom is er nu de site rijketaal.org.

Wat ons drijft

Laatst vroeg één van onze studenten aan de leerroute Expert taal/dyslexie van de hogeschool Windesheim wat ons nu eigenlijk drijft. Een mooie vraag waar we even over na moesten denken. Ook het antwoord op die vraag is terecht gekomen op de site. Wat ons drijft? De leerlingen die taal en lezen saai vinden ('Ik heb er niets aan voor mijn leven'). De leerlingen van wie de achtergrond niet zo talig of anderstalig is en die onvoldoende opsteken van ons onderwijs ('jij gaat toch met je handen werken'). De leraren die intuïtief weten dat ze het anders zouden willen, maar met handen en voeten gebonden zijn aan hun methodes en hun toetsen ('ja maar, bereid ik ze zo dan wel voor op de toets begrijpend lezen?'). Maar ook alle ervaringen die laten zien dat het wel kan. Die ene leerling die ineens gegrepen is door een leesserie. Die ene leraar die iedere keer weer naar onze leergemeenschappen komt en vertelt over gemotiveerde leerlingen en mooi onderwijs. Die ene uitgever die het wèl aandurft om het anders te gaan doen. Dàt is wat ons drijft.

Inspirerend taal- en leesonderwijs

Er gebeurt in het taal- en leesonderwijs veel wat inspireert. Zomaar een paar voorbeelden: pas geleden werd nog de site rijketeksten.org gelanceerd, we zijn erg enthousiast over leesbevorderingindeklas, over de blog van Suzanne van Norden of over de vele prachtige publicaties op de site van Stichting Lezen die gratis gedownload kunnen worden. We hopen dat ook onze site een bijdrage gaat leven aan inspirerend taal- en leesonderwijs dat leidt tot taalontwikkeling bij leerlingen.                              

dinsdag 3 mei 2022

Lezen en digitale geletterdheid: (hoe) gaat dat samen?

Kamerbrief

Zoals we in onze vorige blog al schreven, legt onze nieuwe onderwijsminister Dennis Wiersma in zijn recente Kamerbrief de nadruk op taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Over het belang van het benadrukken van taal schreven we al. De centrale taak van het taal- en leesonderwijs is immers de ontwikkeling van kinderen en jongeren tot zelfstandige en gemotiveerde lezers die veel lezen voor hun plezier en voor hun ontwikkeling. Dat goed taal- en leesonderwijs de basis vormt voor digitale geletterdheid weten we ook al sinds lang (OECD, 2015). Maar het zou natuurlijk mooi zijn als onderwijs in digitale geletterdheid, behalve aan het digitaal geletterd worden van leerlingen, ook aan hun taal- en leesontwikkeling zou kunnen bijdragen. Hoe ziet onderwijs in digitale geletterdheid dat aan taal- en leesonderwijs bijdraagt er eigenlijk uit? Hoe ziet goed onderwijs in digitale geletterdheid er überhaupt uit? Om deze vragen te kunnen beantwoorden nog een blog naar aanleiding van de brief van de Minister, maar nu over digitale geletterdheid in relatie tot taalonderwijs.

Podcast

Op donderdag 28 april publiceerde Kennisnet de podcast 'Digitale geletterdheid op school. Weet wat werkt.' In deze podcast voeren Remco Pijpers en Anneke Smits een gesprek over dit onderwerp. Geletterdheid en gecijferdheid vormen samen de basis voor digitale geletterdheid (OECD, 2015). Daarentegen lijkt frequent computergebruik op school juist geen goed te doen aan geletterdheid en gecijferdheid en zelfs niet aan digitale geletterdheid (OECD, 2015; Saarinen et al., 2021). Over deze vreemde paradox gaat deze blog. 

Te veel computergebruik op school

Al vele jaren wordt het gebruik van computers op school enthousiast gestimuleerd door overheden,  tech-giganten en uitgeverijen van digitale onderwijsmiddelen. Enerzijds leidt dit natuurlijk tot goede omzetcijfers, en anderzijds bestaat de hoop dat meer computers op school zullen leiden tot vermindering van werkdruk van leraren, tot betere leerprocessen en tot verbetering van de digitale geletterdheid van leerlingen. Helaas is de werkelijkheid veel minder rooskleurig. Om met Saarinen et al. (2021, p. 1), te spreken: 'Frequent ICT use at school predicted students’ weaker performance in all the cognitive learning outcomes'. Ook met de vermindering van de werkdruk van leraren wil het niet vlotten. De vele computersystemen op school en de complexiteit van het goed lesgeven met ICT dragen juist eerder bij aan de werkdruk van leraren. 

Adaptieve oefenenprogramma's ineffectief voor taal-lezen

De verminderde leeruitkomsten bij veelvuldig ICT-gebruik op school kennen een aantal verklaringen. De eerste is de onjuiste veronderstelling dat ICT-gebruik in zichzelf (zonder intensief en adequaat leraarshandelen) tot leerresultaten zal leiden. Schmidt (2021) zegt hierover: 'In view of the empirical results, the greatest danger of ICT seems to be that a lot of valuable learning time is wasted because learning is expected to be improved by ICT use alone.' Saarinen et al. (2021) komen met een tweede en derde reden: overbelasting van het werkgeheugen en task-switching tijdens ICT gebruik waardoor minder gemakkelijk geleerd wordt. In het werk van Reich (2020) komt een vierde verklaring naar voren: de algoritmes in adaptieve software hebben zulke beperkte mogelijkheden dat zij beperkt zijn tot simpele multple-choice achtige oefenformats met duidelijke goed-fout afgrenzingen. Daarmee is dit type oefening beperkt tot lagere orde vaardigheden. Dat kan uiteraard nuttig zijn op school, ware het niet dat deze programma's ook op dit vlak weinig leerresultaten laten zien. Reich geeft aan dat er voor rekenen vooral winst geboekt kan worden als adaptieve programma's slechts eenmaal per week gebruikt worden naast reguliere offline rekenmethodes. Voor taal-lezen ziet hij deze winst niet, daar blijken adaptieve oefenprogramma's ineffectief. Het verlies van onderwijstijd aan taaloefenprogramma's is dramatisch als je beseft hoeveel beter de tijd besteed had kunnen worden aan lezen, voorlezen, praten, schrijven en denken over boeken. Meer tijd voor computers betekent te vaak minder tijd voor lezen en schrijven. Al met al lijkt het voor de leer- en leesresultaten riskant om op school veel tijd te besteden aan ICT-gebruik, zeker als dit gebeurt zonder intensieve begeleiding van de leraar. 

Stimuleert veel ICT-gebruik de digitale geletterdheid?

En digitale geletterdheid dan? Wordt zelfs dat niet gestimuleerd door veelvuldig ICT gebruik op school? Leerlingen worden uiteindelijk natuurlijk best handig met het programma waarmee ze veelvuldig werken, maar dat is nog geen digitale geletterdheid (Saarinen et al., 2021). Overigens vergen de meeste programma's waarmee leerlingen werken niet veel digitale vaardigheden. Die zijn immers zo gemaakt dat iedereen er gemakkelijk mee uit de voeten kan. Het is dan ook een misvatting om te denken dat we met oefensoftware digitale geletterdheid kunnen stimuleren. Sterker nog, veelvuldig gebruik van oefensoftware belemmert digitale geletterdheid, mogelijk doordat de belangrijkste voorwaarden voor digitale geletterdheid (lezen en rekenen) niet goed tot stand komen. Wie hoopt dat veel ICT gebruik op school de digitale geletterdheid stimuleert, werkt in werkelijkheid zowel de geletterdheid als de digitale geletterdheid tegen. Gebruik ICT dan ook met mate en alleen onder intensieve begeleiding van de leraar. Weeg steeds af wat de beste tijdsbesteding is voor het leerproces. 

Digitaal geletterd worden

Het is opvallend dat minister Wiersma in zijn brief aanstuurt op het (verplicht) onderwijzen van digitale geletterdheid op school. Over het belang daarvan valt niet te twisten, maar het probleem ligt in het feit dat er verbluffend weinig (wetenschappelijke) kennis is over hoe we dat zouden moeten doen. En dat betekent dat we het risico lopen om de verkeerde dingen te doen (zoals heel veel ICT gebruiken op school) of ten prooi te vallen aan methodes met leuke lesjes die weinig opleveren voor digitale geletterdheid maar die wel tijd kosten die beter aan andere dingen besteed had kunnen worden (zoals (voor)lezen en rekenen). 

In de podcast praten we over verschillende tendensen die er wel zijn in de wetenschappelijke literatuur over het onderwijzen van digitale geletterdheid. Deze tendensen zetten we hier nog eens op een rijtje vanuit het belang van taal-lezen (en rekenen) voor digitale geletterdheid. 

1. Zorg voor een goede ontwikkeling van de lees- en rekenvaardigheden. Over de ontwikkeling van de leesvaardigheden gaan vrijwel al onze andere blogs, en natuurlijk kun je ook houvast vinden in ons boek 'Rijke taal' en in onze Focus handleiding. Met goede lees- en rekenvaardigheden zijn leerlingen een heel eind op weg naar digitale geletterdheid! 

2. Samen. Digitaal geletterd worden is mensenwerk. We gaan steeds weer de dialoog aan over wat er allemaal gebeurt in de digitale en fysieke wereld. In zo'n open dialoog gaan we samen met onze leerlingen op weg naar een moreel kompas voor deze twee werelden. En als we zoeken op internet en leren produceren met ICT dan doen we dat samen: voordoen, samen doen, zelf doen. 

3. Investeer in (het produceren van) kennis. Kritisch lezen van (online) teksten, is geen trucje. Het is afhankelijk van je kennis van het onderwerp van zo'n tekst of je die kunt begrijpen en daar kritisch over kunt denken. Zorg in je onderwijs voor een doorgaande lijn tussen prachtige wereldoriëntatie thema's, schitterende boeken, kansen voor schrijven en voor het, onder begeleiding maken en publiceren (evt. voor beperkt publiek) van digitale producties zoals filmpjes, digitale verhalen, blogs en podcasts. Begeleid deze producties zo dat ze vooral leiden tot dieper begrip van de inhoud en praat met leerlingen over de functies en voors- en tegens van deze specifieke digitale producten. 

4. Wees zuinig met je computergebruik op school. Weeg voortdurend af of computergebruik echt in het belang is van het leerproces, en of de leertijd niet beter besteed zou kunnen worden aan lezen, schrijven of rekenen op papier.  Besteed weinig tijd aan lagere orde vaardigheden op de computer, niet meer dan eens per week en dan alleen voor rekenen. Doe een beperkt aantal hogere orde projecten waarbij leerlingen uitgebreid werken aan hun kennis van het onderwerp en aan het nadenken over de digitale wereld. Begeleid leerlingen daarbij intensief, ook als zij zoeken op internet.  

Conclusie

Digitale geletterdheid begint bij lezen, rekenen en in de dialoog met leerlingen. Als we niet oppassen zit het computergebruik in onze lessen de ontwikkeling van (digitale) geletterdheid in de weg. En het goede nieuws: als kinderen zich ontwikkelen tot zelfstandige en gemotiveerde lezers die hele boeken lezen voor hun ontspanning en hun ontwikkeling dan komt dat altijd hun digitale geletterdheid ten goede.