Windesheim

Windesheim
Posts tonen met het label Burgerschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Burgerschap. Alle posts tonen

dinsdag 26 november 2019

Taal- en leesonderwijs in het mbo. Het beweegt! (HSN, 2019)

Een mbo-studente (juridische beroepen) heeft na het lezen van 'Judas' een brief geschreven aan Astrid Holleeder waarin ze haar leven met dat van Astrid vergelijkt. Ze schrijft Astrid dat ze er bewondering voor heeft dat ze -ondanks alles- advocate is geworden. Zelf heeft deze studente ook een droom: een studie criminologie volgen. Mbo-studenten schrijven met muziek op de achtergrond aan de hand van 'writing prompts' (eindeloos te vinden op internet). Mbo-studenten die geen genoeg kunnen krijgen van het voorlezen van het boek 'Promille' van Helen Vreeswijk. Een prachtige foto van studenten die in de zon zitten met hun boek ('Het is mooi weer, mogen we vandaag buiten lezen?).

mbo-studenten
Studenten in (de lagere niveaus van) het mbo hebben vaak weinig lees- en schrijfervaring. Tijdens hun schoolloopbaan zijn ze gaan geloven dat taal niet zo hun ding is. En door de methodes en de lessen is Nederlands voor hen een saai vak geworden, een soort wiskunde met strategieën en regels, direct ontleend aan het Referentiekader taal. Onderzoek van Stichting Lezen en Schrijven naar de spreiding van laaggeletterdheid spreekt boekdelen. 34 tot 40% van de hulpkrachten in de schoonmaak, bouw, industrie, productie, landbouw en keuken kan nauwelijks lezen en schrijven. Dat maakt dat zij hun werk moeilijker kunnen doen en dat zij meer risico lopen op bedrijfsongevallen.

Het taal- en leesonderwijs in het mbo leeft. Er wordt van alles uitgeprobeerd om te zorgen voor frequent en betekenisvol lezen en schrijven. Omdat het een misverstand is om te denken dat studenten met een zwakke taalbasis taal leren door regels te oefenen. Omdat we weten dat ze hun taal alleen kunnen ontwikkelen in taalrijke contexten. In de 'mbo-stroom' van de conferentie Het Schoolvak Nederlands (HSN) op 22 en 23 november 2019 in Zwolle zijn veel kleine en grotere successen gedeeld.

vrij lezen op de HSN
Vrij lezen is inmiddels op een groot aantal ROC's ingevoerd (zie ook deze brochure van Stichting Lezen en Kunst van Lezen). Annette Janssen van de bibliotheek Den Bosch en Marlies de Groot van het Koning Willem I college vertellen over hoe ze boeken dichtbij studenten hebben gebracht door overal in het ROC kleine bibliotheken in te richten met voor de verschillende opleidingen op maat gemaakte collecties. Met elke student gaan ze op zoek naar het beslissende boek. Trinske Mijnheer, leraar van Aventus in Apeldoorn (en student van de Master EN op Windesheim), vertelt hoe ze een eerste stap zette door een methodeles te vervangen door het samen met studenten lezen van een boekfragment en hoe ze nu vrij lezen heeft ingevoerd in haar lessen Nederlands.

betekenisvol taalonderwijs op de HSN
Ook Deltion-collega's Mieke Iwema, Francien van Kruistum en Lammie Prins lezen allemaal met hun studenten. Zij zijn op zoek naar de volgende stap. Ze vertellen hoe ze nadenken over schrijfonderwijs. Ze schrijven niet langer alleen 'genreteksten' (mails, formulieren etc.) met studenten, maar proberen te zorgen voor schrijfplezier en schrijfervaring door in te zetten op 'vrij schrijven' en vandaar de stap naar genreteksten te zetten. Ze vertellen ook hoe ze uitproberen of het mogelijk is om langere tijd over een interessant thema te werken. Zo krijgen studenten kans om te bouwen aan taal. Ze hebben er burgerschapsthema's (Vertrek, Over grenzen, Gastvrijheid, Buitenspel etc.) voor gekozen. Samen met andere Deltion-collega's hebben ze een website gemaakt waarin ze die thema's hebben uitgewerkt, compleet met boekenlijsten en opdrachten (http://bit.ly/BNL-Deltion). Onze Vlaamse collega's Kenneth Driesen, Wouter Cambré en Kathleen Leemans vertellen over de nieuwe Vlaamse onderwijsdoelen en hoe ze die bijvoorbeeld proberen te bereiken door assessments of door studenten met meer teksten over één onderwerp te laten werken. In de presentatie van Kees Broekhof van Sardes zien we hoe het lezen van boeken de woordenschat en het leesbegrip vergroot. Ook licht Kees Broekhof de eerste resultaten van de leesmonitor mbo toe.

Buiten de  mbo-stroom zijn ook inspirerende presentaties te vinden, zoals van Hiske Schipper die een site maakte met cabaretfragmenten die in de lessen Nederlands gebruikt kunnen worden. Of Floor van Renssen en Sanne Koetsier die vertellen over schrijven voor de echte online wereld. De tendens van alle presentaties? Natuurlijk willen we de taaldoelen uit het Referentiekader of het Vlaamse onderwijskader bereiken, maar moeten we ze dan ook allemaal expliciet oefenen? Kan dat niet anders? Ja dus!

dilemma's
Over en weer worden documenten en ideeën gedeeld (zie deze padlet.com). En er wordt veel gediscussieerd, want er zijn ook dilemma's.

- Lezen is kwetsbaar. Als een ROC een nieuwe voorzitter van het College van Bestuur krijgt of een nieuwe sectordirecteur kan het zomaar zijn dat lezen minder belangrijk wordt. Als je als leraar  vrij lezen op de agenda wil houden, moet je altijd alert zijn. Vreemd, voor methodes geldt dat nooit.

- We weten dat het voor ROC-studenten van belang is om hun rolmodellen te zien lezen en te horen praten over boeken. Vaak zijn die rolmodellen de docenten van de beroepsgerichte vakken. Hoe betrek je hen bij vrij lezen? Nu is dat vaak onderdeel van de lessen Nederlands.

- Er zijn nog steeds ROC's die zelf geen bibliotheek hebben en waar ook geen goede samenwerking is met de openbare bibliotheek. Dat heeft tot gevolg dat leraren met veel enthousiasme overal boeken vandaan proberen te halen. Toch is het jammer wanneer ROC-studenten veroordeeld zijn tot kringloopboeken.

- Sinds de examens eerder mogen worden afgenomen, is er nog meer discussie over de zogenaamde 'onderhoudsplicht'. Wat doe je met studenten die hun 2F of 3F-examens hebben afgerond, maar hun opleiding nog niet. Op ROC's komt vaak het voorstel (niet van docenten Nederlands) om die studenten een vrijstelling te geven voor Nederlands. Omdat we weten dat lees- en schrijfvaardigheid afnemen als er niet meer wordt gelezen en geschreven, zijn vrijstellingen funest. Maar als je ervoor wilt blijven zorgen dat deze studenten blijven lezen en schrijven, hoe motiveer je ze dan?

- Leraren proberen steeds meer los van de methode Nederlands te werken, maar die methode staat wel op de boekenlijst van studenten. Dat leidt soms tot problemen, omdat studenten -terecht- klagen dat hun boeken niet worden gebruikt. Een belangrijke vraag: waarom hebben mbo-studenten eigenlijk een methode Nederlands met werkboeken en andere oefeningen nodig? Dat heeft het hbo toch ook niet? Waarom niet gewoon een handboek zonder de rest van de methode (bijvoorbeeld het VIA-handboek (Deviant))?

- Leraren proberen samen te werken met leraren van de andere vakken om rijke contexten te creëren voor Nederlands, zoals leraren burgerschap. Dat lukt niet altijd.

-Leraren willen af van 'teaching to the test' en creëren betekenisvolle lessen waarin studenten veel lezen en schrijven. Hoe zorgen ze ervoor dat studenten toch ook hun examens behalen?

-Leraren die het schrijfonderwijs willen intensiveren door studenten meerdere versies van dezelfde teksten te laten schrijven, vragen zich af hoe ze feedback kunnen geven en hoe ze kunnen zorgen voor peerfeedback? Hoe zorgen ze ervoor dat schrijfonderwijs behapbaar blijft?

-Als je niet meer werkt met methodes en werkboeken, hoe zorg je er dan voor dat het werk van studenten wordt vastgelegd? Welke (digitale) portfolio's zijn geschikt en hoe geef je de beoordeling vorm?     

Volgend jaar is de HSN-conferentie in Antwerpen. We hopen opnieuw op mooie bijdragen. Misschien kunnen bovenstaande dilemma's aanknopingspunten bieden.

donderdag 20 december 2018

De mbo-pilot burgerschap en Nederlands

Waarom deze blog?
Het is bijna kerst. Onze laatste blog is van september. Dat is te lang geleden, maar het betekent helemaal niet dat we stilzitten, integendeel! Deze blog gebruiken we om te schrijven over de pilot burgerschap Nederlands in ROC Deltion College in Zwolle. Omdat we zelf mooie ervaringen hebben opgedaan. En omdat we zoveel positieve reacties van de leraren en studenten op Deltion hebben gekregen (en ook van andere ROC's tijdens alle presentaties over dit onderwerp).

Het verhaal van Deltion College
Er is op Deltion College al veel tot stand gebracht. In 2011 zijn we -samen met Stichting Lezen- gestart met het project Vrij lezen in het mbo. Als vanzelf kwamen daar de boeken met levensverhalen van Deltion-studenten bij, opgeschreven door studenten van de Hogeschool Windesheim (zie onze eerdere blog). We hebben een groot deel van de collega's Nederlands geïnterviewd, wat tot een mooie publicatie en veel inzicht in de opvattingen van mbo-docenten Nederlands leidde en nu zijn we gestart met een pilot waarin we de vakken burgerschap en Nederlands hebben samengevoegd tot één vak. Daar verscheen onder andere een artikel over in het tijdschrift Van 12 tot 18.    

Een pilot ter preventie van laaggeletterdheid
Er wordt veel geschreven over het taalonderwijs in ROC's: sinds de invoering van het Referentiekader taal en rekenen staan de examens Nederlands centraal en zijn de lessen Nederlands -noodgedwongen- dikwijls gericht op teaching to the test. Tegelijk neemt het aantal laaggeletterden in Nederland toe en is het niet denkbeeldig dat een aanzienlijke groep daarvan uitstroomt uit ROC's. Geweldige automonteurs, electriciens, verzorgenden en beveiligers die de maatschappij hard nodig heeft, maar die we in de kou laten staan als het gaat om geletterdheid. En die we bovendien onvoldoende kansen bieden om succesvol door te stromen naar het hbo als ze dat willen. Studenten komen niet naar een ROC voor algemene vakken als Nederlands en burgerschap, maar om een beroep te leren. Daarom zijn de uren voor zowel Nederlands als burgerschap dikwijls minimaal.

Een pilot voor betekenisvol burgerschapsonderwijs
Ook over burgerschap in het mbo worden vragen gesteld (Burgerschapsagenda mbo 2017-2021). Dat het onderwijs er verantwoordelijkheid voor draagt dat studenten succesvol participeren in de maatschappij impliceert ook een verantwoordelijkheid voor geletterdheid. Daarnaast leren studenten bij burgerschap nadenken over wat hen maakt tot wie ze zijn en willen worden. Met wie voelen ze zich verbonden en hoe verhouden ze zich tot anderen? Ze leren kritisch denken over de keuzes die ze maken en over opvattingen met betrekking tot discriminatie of vrijheid van meningsuiting. Ook kennis is belangrijk als het gaat om burgerschap. Om te kunnen deelnemen aan de samenleving, moet je ten slotte weten hoe onze democratie of ons rechtssysteem is georganiseerd.

Een pilot? 
Geïnspireerd door het werk van Guthrie & Wigfield (2000), Hirsch (2003), Stahl & Nagy (2006), Rose & Martin (2012), door Richhart (2015) en Didau (2016) en door het DENK!-project dat Hogeschool Windesheim samen met de Hogeschool Utrecht uitvoerde, ontwierpen we een pilot waarin we de lessen Nederlands en burgerschap combineren. Per periode van 10 weken werken we rond een inspirerend burgerschapsthema. Voorbeelden zijn thema's als verzet of over grenzen. In zo'n thema werken we aan de burgerschapsdimensies (politiek-juridische dimensie, economische dimensie, sociaal-maatschappelijke dimensie en identiteitsvorming, vitaal burgerschap) en de burgerschapsdoelen (kritische denkvaardigheden, mensenrechten en sociale veiligheid). Tegelijk werken we aan de taaldoelen: lezen en luisteren, spreken en gesprekken voeren, schrijven en taalverzorging. Langere tijd aan een thema werken heeft als voordeel dat studenten rond zo'n thema aan taal kunnen bouwen. Daardoor wordt het gemakkelijker om te lezen en schrijven dan bij een willekeurig onderwerp dat steeds wisselt.

Werkwijze
De mediatheek stelde per thema een boekenlijst samen met rijke fictie en non-fictie. Er werd voor ieder thema een kast met boeken ingericht. We zetten de burgerschapsdoelen in de ik-vorm. Datzelfde deden we met de doelen uit het Referentiekader. En we bedachten  lesbouwstenen waarmee leraren -afhankelijk van het aantal lesuren voor de vakken Nederlands en burgerschap- zelf lessen konden bouwen. Iedere les start met een actuele burgerschapstekst (uit de krant of van internet) die aansluit bij het thema en die studenten en docent samen lezen. Voor zwakke lezers zijn er digitale scaffolds in de vorm van filmpjes of afbeeldingen. Na het lezen volgt een gesprek of een kleine inspirerende schrijfopdracht die tijdens de les wordt uitgevoerd. Vervolgens is er een 'inzoommoment' waarop wordt nagegaan hoe een alinea nu eigenlijk in elkaar zit of hoe het zit met verbindingswoorden in een zin. Of hoe de Tweede Kamer ook alweer werkt of ons kiesstelsel. Onderdeel van de les is altijd dat studenten lezen in hun zelfgekozen boek bij het thema. En verder werken ze aan -bij het Referentiekader aansluitende- motiverende keuze-opdrachten waarbij ze hun eigen ervaringen met het thema beschrijven of in beeld brengen, in de media op zoek gaan naar voorbeelden van het thema of een digital story ontwerpen rond hun boek. Alles wat ze maken verzamelen ze in een digitaal portfolio.

Wat we hebben geleerd
We zijn nog druk bezig met observaties en met gesprekken met leraren en studenten over wat ze vinden van deze werkwijze. Maar we hebben al wel wat te melden. Bijvoorbeeld dat vrij lezen in de pilot vanzelfsprekend een integraal onderdeel van het programma voor Nederlands is geworden. Vrij lezen is immers ingeroosterd en studenten vinden het heel logisch dat ze lezen over het thema dat centraal staat. Of ze wel of geen opdracht over hun boek willen uitvoeren, mogen ze zelf weten.
We hebben bij veel lessen geobserveerd. En iedere keer valt weer op dat vrij lezen zoveel meer is dan gewoon maar lezen. We zouden iedereen willen aanraden eens te gaan kijken in een groep beveiligers die in uniform aan het lezen is of verpleegkundestudenten, klassen-assistenten of metaalwerkers... In het begin is het niet eenvoudig om studenten tot lezen te motiveren, maar doorzetten leidt in iedere groep tot routine en tot een bijzondere sfeer. Lezen zorgt voor verbinding. Er ontstaat een stilte die zowel door studenten als door docenten als bijzonder wordt ervaren en die alleen af en toe wordt onderbroken door wat geschuif. Elkaar meemaken terwijl je leest, heeft iets intiems, je laat zien in welk boek je geïnteresseerd bent, hoe snel je leest, op welke manier je leest: ben je verdiept in je boek of kijk je telkens even op? Luister je naar muziek of juist niet?

Verder hebben we tijdens de pilot trots gezien. Studenten waren trots op de momenten dat ze er hun portfolio bij pakten en ons toonden wat ze al hadden verzameld. Ze denken actief mee over hoe deze aanpak nog beter kan worden. Ze vertellen dat ze vaker naar het nieuws zijn gaan kijken door de pilot. We hebben leraren horen vertellen hoe ontroerd ze waren door het verhaal van een student die vertelde dat hij zo gepest werd en op een gegeven moment in verzet is gekomen tegen zijn pesters. We hebben een leraar horen zeggen dat ze door het project haar lessen weer leuk is gaan vinden en het nu jammer vindt wanneer er een les uitvalt. En tijdens de discussie naar aanleiding van één van onze lezingen zei een leraar: ik krijg hier kippenvel van. Nu weet ik weer waarom ik in het mbo ben gaan werken.          

Wensen?
Natuurlijk zijn er ook dingen die we moeten verbeteren en bovendien is er nog veel te wensen. We zouden graag een website starten waarop we alle materialen (doelen, opdrachten, boekenlijsten) per thema gaan plaatsen zodat iedereen er gebruik van kan maken. We willen graag samenwerken met Nieuws in de klas. We willen meer thema's uitwerken. Vanochtend nog kwam een leraar met een prachtig thema. Ze zocht naar iets dat juist voor jongens interessant zou kunnen zijn. Ze had het thema Buiten spel bedacht.

Het mbo is een onderwijsvorm met studenten die midden in de samenleving staan en een open blik hebben, met inspirerende leraren die in een soms ingewikkelde context mooi onderwijs tot stand brengen. We zijn zo gaan geloven dat we afhankelijk zijn van traditionele lesmethodes dat we zijn vergeten dat zelf gekozen boeken en authentieke teksten die aansluiten bij de actualiteit onze studenten veel meer brengen dan willekeurig verzamelde teksten in methodes. Dat we zijn vergeten dat er een onuitputtelijke lesmethode voorhanden is met authentieke teksten en een veelheid aan filmpjes die begrip kunnen ondersteunen: het internet. 

Met heel veel dank aan alle Deltion- en andere collega's die meewerken en meedenken:
Lammie Prins, Jannie Gols, Sjili Franken, Ingrid Jongbloed, Nadja Robbers, Esther Ditzel, Annemiek Wermink, Trijnie Strijk, Aileen Derksen, Ilse Geerding, Maarten ter Horst, Sarah van Wijk, Gerda de Jong, Inge Gibson, Johan Groen, Claudia Poelman, Judith Meijer, Beppie van Giessen, Roelinde Post, Gerben Westerhof, Mayasari Steenbergen, Margit Dijk, Kea van de Kamp, Carla Brugman, Jaapjan Vroom, Annemarie Versloot (Collega's Deltion), Peter van Duijvenbode (Stichting Lezen), Sanne Gras (Stadkamer, openbare bibliotheek Zwolle), Marleen Wijnen (Kunst van Lezen), Luuk Kampman (NHL maatschappijleer)






 

vrijdag 25 mei 2018

Tweede levensverhalenboek door mbo Deltion College en Hogeschool Windesheim

met medewerking van Floor van Renssen  

Een paar jongens die bij het groepje van Dave horen, zitten bij Dion in de klas. Op het scherm van zijn iPad ziet hij nare berichtjes binnenkomen. Hij probeert ze weg te swipen, maar hij heeft ze al gelezen voor hij het doorheeft: 'kleine', 'lelijkerd', 'mietje'! Hij kan zijn aandacht niet bij de les houden. Als ik net doe alsof ik het niet zie, moet het vanzelf een keer ophouden, denkt hij. In de klas lachen de jongens hem uit en de ene nare opmerking na de andere wordt naar zijn hoofd geslingerd. [...] Zodra de bel gaat, is iedereen snel de klas uit. Dion treuzelt wat in de hoop dat meneer De Haas begint over wat er deze les weer voorgevallen is. 'Dion?' hoort hij meneer De Haas zeggen. Hij voelt een opluchting, hij heeft het dus gezien. 'Wil jij die laatste vier stoelen op de tafel zetten?', vraagt hij, terwijl hij zelf het lokaal al uit loopt... (Uit: King Leroy & andere verhalen uit het middelbaar beroepsonderwijs)

Queen Latifa
In 2014 publiceerden we een blog over het levensverhalenboek dat we destijds maakten. Studenten journalistiek van Windesheim interviewden studenten uit het entree-onderwijs van ROC Deltion College. De verhalen die dat opleverde, werden verzameld in het boek Queen Latifa & andere verhalen uit het entree-onderwijs. De aanleiding was toen dat studenten tijdens het vrij lezen (dat eerst in het entree-onderwijs en later in het hele ROC werd ingevoerd) graag echte verhalen wilden lezen. Die hebben ze gekregen: hun eigen verhalen! Queen Latifa wordt veel gebruikt op Deltion College. Iedere docent die met vrij lezen bezig is, heeft wel een stapel liggen. Voor studenten die hun boek zijn vergeten of die graag de verhalen van leeftijdgenoten willen lezen. Docenten van andere ROC's hebben het boek ook besteld. Dedicon Educatief heeft er zelfs belangeloos een  hybride boek van gemaakt dat studenten tegelijk kunnen lezen en beluisteren. Via een QR-code kunnen zo ook zwakke lezers of studenten die tijdelijk even niet gemotiveerd zijn om te lezen, kennismaken met Queen Latifa.

Over  het boek is een aantal publicaties verschenen. In PIP (Pedagogiek in praktijk) hebben we beschreven hoeveel het boek ons heeft geleerd: de verhalen  hebben de entree-studenten erkenning gegeven, hen geholpen om het vertrouwen te ontwikkelen dat hun levensverhalen de moeite waard zijn. De verhalen hebben de journalistiek-studenten geholpen om zich open te stellen voor andere ervaringen en perspectieven, hun eigen waarheden ter discussie te stellen. Zij hebben ervaren dat samenleven in verscheidenheid en verbondenheid niet alleen kan, maar misschien wel vanzelfsprekend is. En de Deltion-docenten merkten dat ze door de verhalen dichterbij hun studenten kwamen, hen echt leerden zien. Zo ontstond vanzelfsprekend verbinding tussen taal- en leesonderwijs, loopbaanoriëntatie en -begeleiding en burgerschap.


King Leroy
Vandaag (vrijdag 25 mei 2018) presenteren we met trots ons tweede levensverhalenboek: King Leroy & andere verhalen uit het middelbaar beroepsonderwijs. Docenten uit het entree-onderwijs vroegen ons vorig jaar of we niet een nieuw boek wilden maken. En dat hebben we gedaan! Het zijn zelfs twee delen geworden. Voor King Leroy  hebben  studenten van de opleiding journalistiek van Windesheim èn  studenten van de lerarenopleiding Nederlands van de Hogeschool Windesheim studenten van ROC Deltion College geïnterviewd. Gert-Jan Aalders (docent journalistiek) en Floor van Renssen (lerarenopleider Nederlands) hebben deze keer samen de redactie gevoerd. Ook nu hebben de studenten van Windesheim weer hun best gedaan om de verhalen zo te schrijven dat ze rijk taalgebruik bevatten en tegelijk toegankelijk zijn voor studenten voor wie lezen wat moeilijker is, bijvoorbeeld door veel uit te leggen. De verhalen komen soms keihard binnen, maar ze bieden ook hoop.

Je zou kunnen zeggen dat ik geen makkelijke jeugd heb gehad. Het is zo gegaan: als mijn moeder er niet was, mishandelde mijn vader mij en mijn broer. Hij sloeg me niet alleen hard en vaak, hij zei even vaak dat ik niets was, nutteloos. [...] Sinds mijn vader uit mijn leven is, gaat het beter met me. Ik ben gaan inzien dat je zelf de controle over je eigen leven moet houden en je niet moet laten beïnvloeden door mensen met slechte bedoelingen, ook niet als deze heel dicht bij je staan. Mijn motto is: geloof in jezelf. Je bent namelijk sterker dan je zelf denkt. (Uit: King Leroy & andere verhalen uit het middelbaar beroepsonderwijs)

De boekpresentatie
De Stentor besteedde aandacht aan dit nieuwe boek en tijdens de boekpresentatie bij START.Deltion is ook RTV Oost aanwezig. Het is een geweldige happening geworden, georganiseerd door bevlogen Deltion-docenten. Als Jasmine en Patrick starten met het voorlezen van hun verhaal, wordt het doodstil. Deltion-studenten maken muziek. Theatermaker Boudewijn Koops uit Zwolle die de studenten kennen van de theatervoorstelling Boys don't cryspreekt de interviewers en de geïnterviewden toe: 'jouw levensverhaal doet ertoe. En hoe vet dat jouw verhaal nu in een boek staat.' Anne en Dion lezen tot slot samen hun verhaal voor. Kippenvel! Dan worden alle duo's naar voren geroepen om de boeken in ontvangst te nemen.

Motto
Het motto van King Leroy is een citaat uit 'Hemel valt' van Typhoon. Een citaat dat zowel het boek als de boekpresentatie samenvat. Daar zal iedereen die er was en de verhalen leest, het mee eens zijn.


                                                           Wat zijn woorden
                                                           opgeschreven

                                                           als de kern
                                                           ervan niet wordt
                                                           begrepen

                                                           Voorbij het punt
                                                           van lezen

                                                           is het de kunst
                                                           van leven

Belangstelling voor één van beide boeken of voor allebei? Queen Latifa is voor 10 euro en King Leroy voor 12,50 euro te bestellen via ROC Deltion College (fschaafsma@deltion.nl)

Inmiddels is er in 2022 ook een derde levensverhalenboek verschenen, Fatou, levensverhalen uit de beroepspraktijk (https://www.rtvfocuszwolle.nl/fatou-het-derde-levensverhalenboek/amp/)