Windesheim

Windesheim
Posts tonen met het label Kennisbasis Nederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kennisbasis Nederlands. Alle posts tonen

dinsdag 20 oktober 2020

Kennisbasis Nederlands voor de pabo staat leesoffensief in de weg

Een leesoffensief

Het gaat slecht met het leesniveau en de leesmotivatie van Nederlandse leerlingen. We hebben de afgelopen weken uit talloze media-berichten kunnen leren hoe dat komt: van de lessen op de pabo, van pabo-studenten en zittende leraren die niet willen lezen. En natuurlijk van methodes. Het item van Arjan Lubach over begrijpend lezen is in onderwijsland eindeloos gedeeld. Gelukkig gaan we er ook iets aan doen. De subsidiekraan voor de vele leesbevorderingsorganisaties in ons land is wijder opengedraaid en er is door een groot aantal samenwerkende organisaties een Leesoffensief  gelanceerd met een bijhorend manifest. Een concreet actiepunt daaruit: 

 

Alle (aanstaande) leraren (van po tot pabo) en onderwijsassistenten zijn voldoende toegerust om goed en motiverend leesonderwijs te geven; pedagogisch medewerkers weten hoe ze leesbevorderend moeten werken. 

a. In het leesonderwijs staan leesplezier en leesvaardigheid centraal. Leraren laten met uitdagend onderwijs leerlingen ervaren dat lezen geen plicht of verplichting is, maar een recht dat kansen biedt en leuk en spannend is. 

b. Het belang van (voor)lezen moet nog hoger op de agenda van pabo’s en lerarenopleidingen. Ze leiden de leraren van de toekomst op en die moeten van dat belang doordrongen zijn en weten hoe ze leerlingen warm kunnen krijgen voor lezen. 

c. Leraren verbinden het bijbrengen van tekstbegrip aan betekenisvol onderwijs: lezen met als doel iets te weten te komen over onderwerpen. 

d. Ontsluit en deel effectief gebleken lesideeën en -praktijken en betrek kinderen, jongeren en leraren nadrukkelijk bij plannen om het leesplezier te vergroten, bijvoorbeeld als ambassadeurs en rolmodellen. 

e. Elke leraar bezit kennis van het (actuele) boekenaanbod voor kinderen en jongeren.  


Prachtige doelen met een belangrijke rol voor het onderwijs! Maar het valt ons op dat in de hele discussie over lezen nooit de Kennisbasis Nederlands voor de pabo wordt genoemd waar iedere pabo-student verplicht op wordt getoetst. 


Kennisbasis Nederlands

De Kennisbasis werd ooit in het leven geroepen omdat er veel kritiek was op het kennisniveau van pabo-studenten. De hogescholen zelf hebben de inhoud bepaald, maar vanaf het begin is er tijdens alle 'meepraatmomenten' in  het veld van van pabo-docenten kritiek geweest op de Kennisbasis en die is ook gebleven (zie ook deze blog uit 2012 en deze uit 2014). Een belangrijk kritiekpunt was dat de kennis die getoetst wordt grotendeels van algemene en feitelijke aard is en van studenten geen betere taalleraren maakt. Ook komt deze kennis in veel gevallen uit handboeken waarvan de inhoud niet wetenschappelijk onderbouwd is. Dat komt veel voor bij handboeken voor lerarenopleidingen (Scienceguide, 2017). Bovendien was er de angst voor een statische verzameling kennis die haaks staat op de onderzoekende houding die we van pabo-studenten vragen. Een pragmatisch punt van kritiek is erop gericht of het wel terecht is dat de kennisbasistoets voorwaarde is om te kunnen afstuderen. De toets kan vanaf het derde jaar tweejaarlijks gemaakt worden. Op basis van welke gronden belemmeren we het afstuderen als studenten de toets niet halen? En inderdaad, de kennisbasistoets heeft geleid tot zesde- en zevendejaarsstudenten die misschien de sterren van de hemel lezen, maar niet gediplomeerd kunnen worden. 


De kennisbasistoets voor Nederlands is voor een deel gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen en voor een ander deel op 'hoe we het nu eenmaal doen in het taal en leesonderwijs'. De Kennisbasis en de toetsdoelen zijn te vinden op de site Tienvoorde leraar (klik hier voor de inhoud en hier voor de toetsdoelen (toetsgids). Wat je zou verwachten, zijn open doelen die kunnen meebewegen met wetenschappelijke ontwikkelingen (zie bijvoorbeeld de Kennisbasis Nederlands tweede graad). Maar bij de Kennisbasis Nederlands voor de pabo is dat niet het geval. Hoewel er in 2018 een herziening heeft plaatsgevonden, blijft het een logge vergaarbak met informatie die in veel gevallen niet onderbouwd is of waarvan de onderbouwing inmiddels weerlegd kan worden. Bovendien zijn de bij de Kennisbasis behorende toetsdoelen nauwelijks herzien. Logisch ook! Het zou een enorme operatie vergen om het toetsapparaat dat aan de Kennisbasis is gekoppeld, aan te passen. 


Gezien de dalende leesmotivatie en leesvaardigheid, lijkt de Kennisbasis niet te zorgen voor betere taalleraren. In ieder geval is in de Kennisbasis geen sprake van de noodzakelijke impulsen die we tegenkomen in het Leesoffensief. Een voorbeeld: van de tachtig vragen van de toets gaan er drie over jeugdliteratuur. De bijbehorende toetsdoelen zijn de volgende:

 

Literaire genres

De deelnemer weet dat genres op verschillende manieren ingedeeld kunnen worden en kent de criteria die daarbij een rol spelen (op basis van thema, woord en beeld, doelstelling, vorm).

Versvorm en rijm

De deelnemer kent de termen ritme, rijm, eindrijm, gepaard rijm, omarmend rijm, gekruist rijm, gebroken rijm, beginrijm, vaste vormgeving en gedichten zonder rijm en herkent (dit in) verschillende versvormen (elfje, limerick, haiku, sonnet, rondeel, naamgedicht, sms-gedicht, nonsensgedicht, klankdicht, kwatrijn en copla).

Beoordelingscriteria jeugdliteratuur

De deelnemer kent de invalshoeken waarop jeugdliteratuur beoordeeld kan worden (literair, pedagogisch, ideologisch) en herkent deze benaderingen in praktijkvoorbeelden (boekbesprekingen).

 

Als we de informatie uit de eerste twee doelen belangrijk vinden, zou het meer voor de hand liggen dat daar op de havo en het vwo aandacht voor zou zijn dan op de pabo. Als het gaat om de toetsdoelen voor technisch en begrijpend lezen, dagen we iedere lezer van deze blog uit om die in de toetsgids te bekijken. Ze bevatten -om het maar even kort te zeggen- veel waar Arjan Lubach tegen ageert.   

 

Gevolgen voor het curriculum

Op de pabo is maar een beperkt aantal uren beschikbaar voor het vak Nederlands, zeker nu er meer verkorte varianten komen voor zij-instromers. Pabo's gaan verschillend met de Kennisbasis om. Er zijn pabo's die hun hele curriculum erop afstemmen. Zij laten studenten voortoetsen doen om hen zo hoog mogelijk te laten scoren op de echte toets. Er zijn ook pabo's die meer ruimte nemen om andere dingen te doen in hun curriculum -zoals het implementeren van vrij lezen- met als risico dat er minder tijd is voor toetsvoorbereiding en dat hun studenten minder goed scoren op de toets. Bovendien brengen de kennisbasistoetsen onnodig veel druk met zich mee na de wettelijk verplichte toetsen in de wereldoriëntatievakken die al voor de poort worden afgenomen en de eveneens verplichte toetsen taal- en rekenvaardigheid in het eerste jaar. Een reactie van een pabo-student:


Persoonlijk vind ik dat er heel erg veel druk op de kennisbasistoetsen wordt gelegd. Hierdoor is er vanaf het eerste jaar al blinde paniek voor een toets die we pas vanaf het derde jaar mogen maken. Ik vind het heel belangrijk dat de kwaliteit van toekomstige leraren hoog is, maar ik heb het idee dat dit misschien op een andere manier kan worden getoetst.


Een ander probleem is dat studenten kennis moeten kunnen reproduceren waarvan de pabo-docent Nederlands moeilijk kan uitleggen waar ze die eigenlijk voor nodig hebben. Een docent:


Ik zeg altijd: jongens, je moet het vergelijken met het theorie-examen van je rijbewijs. Je weet het, maar dat zegt niet dat je het ook kunt. Ik kan niet met droge ogen tegen ze zeggen: mensen, leer die begrippen uit je hoofd en je wordt een goede leraar.    


Handboeken voor de pabo

Behalve dat de Kennisbasis het pabo-curriculum Nederlands bepaalt, brengt de Kennisbasis nog een probleem met zich mee. Vanwege de toetsing laten pabo's doorgaans alleen handboeken aanschaffen die zich baseren op de Kennisbasis en daarom willen uitgevers alleen maar pabo-handboeken uitgeven waarin de Kennisbasis wordt overgeschreven. Dat betekent dat er in deze handboeken weinig tot geen vernieuwing kan optreden en dat ze inhoudelijk sterk op elkaar lijken. Het vreemde gevolg is dat boeken die wel aansturen op vernieuwing en verbetering van het taal- en leesonderwijs vooral gebruikt worden in post-hbo- en master-opleidingen, door zittende leraren en in de organisaties rondom het onderwijs. Daardoor ontstaat de situatie dat studenten op de pabo getoetst worden op kennis die in nascholingsopleidingen en door leesbevorderende instanties wordt weerlegd. Fijn voor de nascholingsopleidingen, maar niet voor de pabo. 

 

De oplossing? 

De Kennisbasis Nederlands is met de beste bedoelingen gemaakt en herzien en bevat natuurlijk zeker ook begrippen die er voor het taalonderwijs toe doen. Toch is het verworden tot een log systeem van discutabele inhouden dat vernieuwing tegenhoudt en in ieder geval niet aansluit bij het Leesoffensief, al was het maar vanwege de grote investering in het toetsapparaat. We weten dat het in het onderwijs vele malen moeilijker is om iets te ‘uitplementeren’ dan te implementeren, maar het verstrekken van subsidies aan leesbevorderaars buiten het onderwijs terwijl de Kennisbasis Nederlands voor de pabo nog jaren blijft bestaan, is dweilen met de kraan open. Pabo-docenten die doorgaans heel graag zelf meer aandacht zouden willen geven aan lezen en leesmotivatie, zijn met  handen en voeten gebonden. De oplossing? De Kennisbasis -parallel aan de ontwikkeling van curriculum.nu en de nieuwe kerndoelen- herschrijven en zorgen voor open doelen die wetenschappelijke ontwikkelingen kunnen volgen. Geen statische, maar een dynamische Kennisbasis. De toetsen screenen op kennis die er voor toekomstige leraren werkelijk toe doet. En in de tussentijd de kennisbasistoets voor de pabo een tijdje 'on hold' zetten, zodat iedere pabo tijd kan investeren om te lezen en over boeken te praten. Pas dan kan een leesoffensief werkelijk succesvol zijn.    

Deze blog verscheen ook op https://didactiefonline.nl/blog/blonz/geletterdheid-en-schoolsucces 

       

   





   

maandag 27 januari 2014

Nogmaals de Kennisbasis Nederlands: contraproductief voor onderwijsvernieuwing?

Taalkennis toetsen
In een eerdere blog schreven we al over de Kennisbasis Nederlands (zie ook de verkorte versie).voor de pabo. Nu die in maart en juni 2014 landelijk getoetst gaat worden, willen we er opnieuw aandacht voor vragen. Sinds enkele jaren kan geen pabo-student afstuderen zonder tijdens de propedeuse voor de taaltoets pabo van het CITO (spelling, interpunctie, formuleren, basisgrammatica) een voldoende te hebben behaald. Daar is nu een toets bijgekomen die aan het eind van het tweede of in het derde jaar wordt afgenomen: de landelijke kennistoets Nederlands voor de pabo. Een toets waarin ten dele kennis over taaldidactiek getoetst wordt en ten dele ook taalkundige kennis.

De Kennisbasis
De Kennisbasis Nederlands is in 2009 ontwikkeld. De opgenomen begrippen zijn onderverdeeld in vier 'klaverbladen': leerinhoud (wat?), fundament (wat/waarom?), domeininhoud (hoe?) en taaldidactiek en taalbeleid (hoe/waarom?). Er worden negen taaldomeinen gehanteerd. Alleen de begrippen uit de linker twee klaverbladen, leerinhoud en fundament, worden landelijk getoetst. Aan de overige begrippen mogen pabo's zelf in hun onderwijs en in hun toetsing invulling geven. De begrippen die worden getoetst zijn hier te vinden. Studenten kunnen de Kennisbasis Nederlands en de kennisbases van de andere vakken vinden op 10voordeleraar. Daar kunnen ze ook oefenen voor de toets. Die bestaat uit 100 gesloten vragen en wordt digitaal afgenomen. De meeste vragen worden gesteld over taalbeschouwing (20) en de minste over jeugdliteratuur (2).

Ontwikkeling
Schaufeli en Prenger (2013) schetsen de gang van zaken rond de ontwikkeling van de Kennisbasis en het toetsen ervan. Zowel de Kennisbasis als de toets zijn in nauwe samenspraak met vakdocenten Nederlands van pabo's tot stand gekomen. Als bronnen zijn behalve de Referentieniveaus (2008) vooral de vele handboeken taaldidactiek gebruikt die meestal ook door docenten Nederlands aan de pabo zijn ontwikkeld. Er is een toetsgids gemaakt en de eerste proeftoetsen zijn inmiddels afgenomen. Schaufeli en Prenger geven aan dat er voor sommige pabo's nog flink wat werk aan de winkel is. Zij moeten hun curriculum voor het vak Nederlands nog eens zorgvuldig bekijken om na te gaan of ze de getoetste stof voldoende aanbieden.

De onderzoekende houding op de pabo
Op lerarenopleidingen basisonderwijs is de onderzoekende houding de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Het praktijkonderzoek waarmee de meeste lerarenopleidingen wordt afgerond, wordt gezien als een professionele leerstrategie die studenten leert kritisch naar (hun) onderwijs te kijken, vragen te leren stellen, bronnen te leren gebruiken en een onderbouwd oordeel te leren geven (zie ook Bolhuis & Kools  (2012). In ons onderwijs doen we immers veel waarvan we niet weten of het werkt. Meestal vermoeden we alleen dat de methode of de aanpak die we gebruiken, effect heeft. Pabo-studenten sporen we aan om daar meer over te weten te komen door literatuur te raadplegen en heel precies naar de praktijk te kijken.  

Over de Kennisbasis
Opvattingen van pabo-docenten over de Kennisbasis variëren. Sommige docenten vinden het prettig dat is vastgesteld wat ze in hun colleges moeten behandelen. Andere collega's hebben bezwaren. Niet zozeer tegen de gekozen begrippen. Daarover is uiteraard te twisten en de keuze voor het ene begrip is wellicht niet slechter dan voor het andere. Wat wel als een probleem wordt gezien, is dat ieder begrip in het kennisbasisdocument is geduid, maar niet specifiek verantwoord.
In handboeken taaldidactiek komt dat ook vaak voor. Daar kan het een uitdaging zijn voor pabo-studenten. 'In het boek staat wel dat het snel lezen van woordrijen bijdraagt aan technische leesvaardigheid, maar wat zegt onderzoek daar eigenlijk over?' Het is prachtig wanneer tijdens colleges discussies ontstaan en studenten op zoek gaan naar bronnen om uitspraken in handboeken te kunnen verifiëren of falsificeren. Bovendien kunnen docenten zelf voor handboeken kiezen en nuances aanbrengen.

De waarheid van de Kennisbasis
Bij de Kennisbasis ligt dat anders. Doordat de kennis erin is vastgesteld en de omschrijvingen worden teruggevraagd in een landelijke toets, wordt de indruk gewekt dat het om onveranderlijke kennis gaat waarover geen discussie mogelijk is. Dat leidt er toe dat een docent studenten op basis van de Kennisbasis kennis moet bijbrengen die achterhaald is of waarover discussie is. Zo staat in de Kennisbasis dat een twaalfjarig kind ongeveer 12000 woorden kent, terwijl recent onderzoek van de UGent (zie eerdere blog) laat zien dat dat aantal wel eens veel hoger zou kunnen zijn. Over strategiegebruik bij begrijpend lezen is veel discussie. Het is maar de vraag of het centraal stellen van leesstrategieën in lessen begrijpend lezen tot betere begrijpend lezers leidt. Toch lezen we in de Kennisbasis: 'Belangrijk is dat deze strategieën telkens weer terugkomen, zodat leerlingen ze automatisch gaan toepassen bij het lezen van teksten' (p.141).
De taalkundige kennis in de Kennisbasis kan prima getoetst worden in  meerkeuzevragen. Daarmee wordt het een verdiepingstoets van de Taaltoets uit het eerste jaar en vergelijkbaar met de toetsing van de Kennisbasis rekenen die geheel op eigen vaardigheid is gericht. Van de kennis over didactiek is het maar de vraag of die op dezelfde manier getoetst kan worden.

Uitgevers
Een bijkomende moeilijkheid is dat de Kennisbasis leidraad is geworden voor uitgaves op het gebied van taaldidactiek. Geen uitgever zal het in zijn hoofd halen een boek over taal- of leesdidactiek voor een pabo uit te geven zonder daarbij te vermelden 'dat de Kennisbasis gedekt is' (klik hier voor een vrije weergave van een gesprek tussen toekomstige gebruikers van een handboek over taaldidactiek dat onlangs bij een educatieve uitgever plaats vond). Er verschijnen ook boeken waarin de begrippen uit de Kennisbasis nog eens met andere woorden worden toegelicht en uitgewerkt en die een grote kans op slagen voor de toets beloven (Huizenga, Van der Leeuw et al).
Maar de Kennisbasis was toch al grotendeels gebaseerd op handboeken? Betekent dat dan dat we in nieuwe handboeken onze oude handboeken overschrijven en dat we zo denken onze studenten goed op te leiden?

De Kennisbasis Nederlands contraproductief voor onderwijsvernieuwing?
Er is heel veel kennis over taalonderwijs gebaseerd op onderzoek, nationaal en internationaal. Die kennis is niet statisch. Er zou een prachtige Kennisbasis uit samen te stellen zijn. Vol nuances en vragen, want er is ook veel dat we niet weten. Een dergelijke kennisbasis zou ieder jaar herzien moeten worden.
Het kan ook eenvoudiger: een Kennisbasis met alleen begrippen. Of met doelen: De student heeft kennis van de ontwikkelingen op het gebied van woordenschatdidactiek. De student heeft kennis van de ontwikkelingen als het gaat om digitale geletterdheid. Misschien goed om eens te rade te gaan bij onze collega's VO of -dichter bij huis- bij de kennisbases voor kunst of wereldoriëntatie.
Straks halen al onze pabo-studenten de Kennisbasistoets en hebben onze pabo's er hun curriculum op aangepast. Maar het is maar de vraag of ons dat betere taalleraren oplevert.


   

maandag 5 november 2012

Vragen over de Kennisbasis Nederlandse Taal voor de pabo

Met mijn studenten bespreek ik het begrip literaire socialisatie. In 1990 beschrijft Helma van Lierop in haar dissertatie dat zij daaronder verstaat dat kinderen socialiseren in jeugdliteratuur en door jeugdliteratuur. Socialiseren in jeugdliteratuur betekent dat ze plezier krijgen in lezen en literair competent worden. Dat wil zeggen dat ze genres en auteurs leren kennen en een eigen leesbiografie gaan ontwikkelen. Socialiseren door jeugdliteratuur betekent dat leerlingen door te lezen kennis over de wereld ontwikkelen, dat ze zichzelf leren kennen en dat ze de door boeken de wereld van leeftijdgenoten kunnen verkennen. Ik vind dit een mooi uitgangspunt, omdat het duidelijk maakt dat je op de basisschool op verschillende manieren kunt nadenken over het kiezen van en het omgaan met boeken. Het is belangrijk dat kinderen hun eigen smaak ontwikkelen en dat daarvoor een breed boekenaanbod voorhanden is, samen met een leerkracht die dat onder de aandacht van haar/zijn leerlingen brengt. Op die manier gaan kinderen lezen en zullen ze het steeds beter leren. Maar het is goed om bij het kiezen van boeken en het praten erover ook in gedachten te houden dat ze een grote rol kunnen spelen bij de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en het leren samenleven. 
Eén van mijn studenten vraagt: ‘Waarom moeten we dat eigenlijk weten? Het staat toch niet in de Kennisbasis’.  Ze heeft gelijk. Literaire socialisatie staat niet in de Kennisbasis Nederlandse Taal voor de paboLiteraire competentie staat er wel in:  ‘De leraar stimuleert de leerlingen zich een voorstelling van de opgeroepen wereld in het boek te vormen en tot een afgewogen oordeel te komen over het boek.’  Help, zo heb ik er niet met studenten over gesproken. Snel surf ik naar de kennisbasis en ga na of literaire competentie in de twee linker klaverbladen staat waarop de structuur van de kennisbasis is gebaseerd (leerinhoud en fundament) of in de rechter (domeindidactiek en taaldidactiek/taalbeleid).  Ik heb geluk. Literaire competentie staat in één van de rechter klaverbladen. Dat betekent dat het niet wordt opgenomen in de landelijke kennisbasistoets, want daarin worden alleen de twee linker bladen getoetst. In de rechter klaverbladen vind ik dan wel weer de begrippen literaire smaak, leesplezier en literaire genres. Maar eens nagaan of ik die wel op de kennisbasis-manier heb behandeld...
In de Kennisbasis Nederlands voor de pabo staan veel grote woorden, over het Ministerie van Onderwijs, over de HBO-raad en over dat de ontwikkeling van de kennisbasis deel uitmaakt van het project Voetstuk van de pabo. En dat hebben we nu: een robuust voetstuk. In centimeters dan, want de kennisbasis heeft wel iets weg van een telefoonboek.
Er blijven ook vragen. Hoe verhoudt de kennisbasis zich eigenlijk tot onderzoeksevidentie? De overheid is toch zo gecharmeerd van opbrengstgericht werken? Daarover staat niets in de inleiding, behalve dan dat de kennisbasis vastgelegd en gelegitimeerd is in de wereld van de opleidingen zelf, de wetenschap en in het werkveld en de beroepsgroep. En focussen accreditatie-instanties niet op de onderzoekende houding van pabo-studenten en op de Dublin-descriptoren? Is het in dat kader wel mogelijk een kennisbasis vast te leggen die aan alle kanten is dichtgetimmerd? Waarom worden in de kennisbasis bepaalde methodes met naam en toenaam genoemd en andere niet? En hoe kan het dat de kennisbasis Nederlands zo enorm verschilt van die van rekenen, terwijl taal ook in het rekenonderwijs een grote rol speelt? Hoe is het mogelijk dat de kennisbases Nederlands voor de pabo en die voor het voortgezet onderwijs volledig van elkaar verschillen? Zijn we niet juist op zoek naar een oplossing voor de aansluitingsproblematiek?
De Kennisbasis Nederlands voor de pabo heeft veel teweeg gebracht. Geen uitgever durft meer een handboek taal of lezen voor de pabo te publiceren zonder het stempel: ‘Voldoet aan de Kennisbasis’.  Alsof dat ook maar iets zou zeggen over de kwaliteit. De definitieve Kennisbasis Nederlands is in 2009 gepubliceerd. Sindsdien hebben we veel bijgeleerd. Is het niet verstandig de kennisbasis te herzien? Er is behoefte aan een kennisbasis met doelen in plaats van met inhouden. Geen voetstuk, maar een wegwijzer.       
Lierop-Debrauwer, H. van (1990). Ik heb het wel in jóuw stem gehoord. Over de rol van het gezin in de literaire socialisatie van kinderen. Delft: Eburon.